BRCA

inleiding op BRCA

Aan het eind van de twintigste eeuw zijn twee belangrijke genen ontdekt die met het ontstaan van erfelijke aanleg voor borstkanker te maken hebben. Deze worden het BRCA1- en het BRCA2-gen genoemd. BRCA is een afkorting van het Engelse BReast CAncer. Het BRCA1-gen ligt op chromosoom 17 en het BRCA2-gen op chromosoom 13. De BRCA-genen bleken ook in verband te staan met het ontstaan van eierstokkanker. Mutaties van deze genen geven een verhoogd risico op het ontwikkelen van borst- en eierstokkanker.

Zowel mannen als vrouwen kunnen drager zijn van een BRCA-genmutatie. Vrouwen met een BRCA 1-genmutatie hebben een risico van 60 tot 80 procent op borstkanker en 30 tot 60 procent risico op eierstokkanker. Vrouwen met een BRCA 2-genmutatie hebben een risico van 60 tot 80 procent op borstkanker en 5 tot 20 procent op eierstokkanker. Mannen met een BRCA-genmutatie hebben een licht verhoogde kans op borstkanker: 7 procent bij BRCA2. Bij BRCA1 ligt dit iets lager (circa 3 procent). Daarnaast hebben mannen met een BRCA2 mutatie een hogere kans dan gemiddeld op prostaatkanker (15 procent).

Doorverwijzing

Mensen die voldoen aan de verwijscriteria, komen in aanmerking voor doorverwijzing naar het klinisch genetisch spreekuur. De klinisch geneticus of de genetisch consulent bepaalt vervolgens of er DNA-onderzoek wordt verricht. Wordt daarbij een pathogene mutatie in een BRCA1- of BRCA2-gen aangetoond, dan is een erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker bewezen. Wanneer een pathogene genmutatie wordt gevonden, dan is deze informatie belangrijk voor de hele familie. De mutatie is namelijk autosomaal dominant overerfbaar en ook andere familieleden kunnen drager zijn. In West-Europa is naar schatting 1 op de 500 mensen drager van een BRCA-mutatie.

Familiaire belasting

Regelmatig kan er bij het DNA onderzoek geen BRCA-mutatie worden aangetoond: een zogenoemde ‘non-informatieve uitslag’. Wanneer nog wel een verhoogd risico uit het stamboomonderzoek naar voren komt, wordt er gesproken van een familiaire aanleg voor borst- en/of eierstokkanker. Het vaker vóórkomen van één of meerdere van deze vormen van kanker binnen de familie wordt dan waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van nog onbekende genetische factoren.

Controles en preventieve ingrepen bij een BRCA-mutatie

Uit onderzoek blijkt dat het vroeg opsporen van borstkanker bij hoog risico vrouwen leidt tot een betere kans op overleving.  Zij komen dan ook in aanmerking voor controles buiten het bevolkingsonderzoek borstkanker (BOB) om. Ook kunnen vrouwen kiezen voor het preventief laten verwijderen van hun borsten, omdat dit het risico op kanker aanzienlijk reduceert. Screening op eierstokkanker is niet effectief gebleken. Het is namelijk niet mogelijk om deze vormen van kanker in een vroeg stadium aan te tonen. Aan alle vrouwen met een BRCA1- of BRCA2-mutatie wordt een preventieve verwijdering van de eierstokken en eileiders aangeboden. Deze preventieve verwijdering gebeurt in principe op de leeftijd van 35-40jaar bij BRCA1-mutatiedraagsters en 40-45 jaar bij BRCA2-draagsters. Vrouwen komen na het preventief verwijderen van de eierstokken in de overgang. De overgangsverschijnselen kunnen worden onderdrukt door hormoonsuppletie, mits een vrouw geen borstkanker heeft gehad. Mannelijke dragers van een gemuteerd BRCA-gen hebben een verhoogd risico op borstkanker en op kanker van de prostaat. Momenteel geldt er voor mannen geen specifiek controleadvies.

Controles en preventieve  ingrepen bij een familiaire belasting

Men spreekt van familiaire belasting voor borst- en/of eierstokkanker als bij het DNA-onderzoek geen mutatie in de BRCA-genen, of andere genen die een verhoogd risico op borst- en eierstokkanker geven, is aangetoond, maar er op basis van stamboomonderzoek wél een verhoogd risico binnen de familie bestaat. Het risico op kanker wordt dan berekend aan de hand van het patroon waarin borst- en eierstokkanker in de familie voorkomen (het aantal familieleden, de leeftijd ten tijde van de diagnose, graad van verwantschap, etc.). Bij een matig tot hoog familiair risico op borstkanker bestaat er een indicatie voor screening buiten het bevolkingsonderzoek (BOB) om. Er wordt in dat geval een persoonlijk screeningsadvies meegegeven. Er zijn vrouwen die niet in aanmerking komen voor DNA-diagnostiek, maar wel een dermate verhoogd risico op borstkanker hebben, dat screening buiten het bevolkingsonderzoek toch wordt aangeraden. Bij een verhoogd risico op eierstokkanker is ook bij familiair belaste vrouwen geen screening mogelijk. Op basis van de persoonlijke risico-inschatting kunnen ook familiair belaste vrouwen overwegen om preventief hun eierstokken en eileiders operatief te laten verwijderen.

Preïmplantatie Genetische Diagnostiek (PGD)

Een BRCA-mutatie kan door zowel mannelijke als door vrouwelijke dragers aan het nageslacht worden doorgegeven. Sommige dragers willen uitdrukkelijk voorkomen dat zij de risicoverhogende mutatie aan hun kinderen doorgeven. Dit kan door middel van preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD). Bij PGD komt de zwangerschap met in-vitrofertilisatie (IVF) tot stand. Alleen embryo’s zonder de mutatie worden teruggeplaatst in de baarmoeder.

Goede doorverwijzing is belangrijk!

Geschat wordt in West Europa 1 op de 500 mensen een BRCA-mutatie heeft. Lang niet alle dragers zijn hiervan op de hoogte. Bijvoorbeeld omdat ze uit een kleine familie komen waarbij borstkanker niet vaak voorkomt, omdat ze weinig contact hebben met familie of omdat hun arts een reden tot doorverwijzing naar de klinisch geneticus over het hoofd heeft gezien. Tijdige doorverwijzing kan levens redden!

Om u van dienst te zijn kunt u hier de actuele verwijscriteria vinden >>