BRCA

eierstokken

Vrouwen met een BRCA1- of BRCA2-mutatie hebben, naast een verhoogd risico op borstkanker, ook een verhoogd risico op eierstokkanker. Vrouwen met een BRCA1-mutatie hebben een kans van 35-45 procent om in hun leven eierstokkanker te krijgen. Voor vrouwen met een BRCA2-mutatie is deze kans 10-20 procent.

 

Screening op eierstokkanker is niet effectief. Om het risico op eierstokkanker te verlagen kun je er voor kiezen om de gezonde eierstokken en de eileiders preventief te laten verwijderen.  Dit dient bij voorkeur te gebeuren voor het risico toeneemt, bij BRCA1 draagsters vanaf de leeftijd van 35-40 jaar, bij BRCA2 draagsters vanaf 40-45 jaar. Als gevolg van deze operatie kom je in de overgang. Jonge vrouwen die geen borstkanker hebben gehad kunnen kiezen voor vervangende  hormonen om de overgangsklachten uit te stellen.

Wat is eierstokkanker?

Eierstokkanker (ovariumcarcinoom) is een kwaadaardige kanker die ontstaat in het weefsel van de eierstok of eileider. Deze kankercellen kunnen loslaten en zich verspreiden door de buikholte. Ook kunnen kankercellen de lymfebanen of bloedvaten ingroeien, en op die manier uitzaaiingen in andere delen van het lichaam veroorzaken. Eierstokkanker geeft over het algemeen pas in een laat stadium klachten.  Deze klachten kunnen zijn: een vol, opgeblazen gevoel, en/of een dikkere buik. Deze klachten kunnen worden veroorzaakt door toename van vocht in de buikholte of door een grote zwelling (cyste) van een eierstok. Soms is er sprake van acute pijn als een eierstok zich om zijn as draait.

Wanneer eierstokkanker in een vroeg stadium wordt ontdekt is de levensverwachting relatief gunstig. Vaak wordt de kanker dan bij toeval ontdekt. Maar omdat eierstokkanker in een vroeg stadium meestal weinig klachten geeft, wordt driekwart van de gevallen van eierstokkanker in een laat stadium ontdekt. De levensverwachting is dan veel minder gunstig.

Risico op eierstokkanker

Vrouwen met een BRCA1 genmutatie hebben een kans van 35-45% om in hun leven eierstokkanker te krijgen. Voor vrouwen met een BRCA2 genmutatie is deze kans 10-20%. Voor vrouwen zonder erfelijke aanleg is de kans om eierstokkanker te krijgen minder dan 1%. Over het algemeen neemt het risico op eierstokkanker voor vrouwen met een BRCA1 genmutatie sterk toe vanaf het 40e levensjaar. Voor vrouwen met een BRCA2 mutatie is dat iets later, tussen het 40e en 50e levensjaar.

Als bij jou een mutatie is aangetoond, kun je overwegen om je eierstokken en eileiders preventief te laten verwijderen. Dit kan je bespreken met je arts. Het moment waarop je je eierstokken en eileiders wilt laten verwijderen, kan onder andere afhangen van je persoonlijke situatie, gezinsvorming en kinderwens. Het kan ook zo zijn dat er geen mutatie is aangetoond in je familie, maar er wel een verhoogd risico is voor borst- en eierstokkanker omdat het veel voor komt in je familie. Ook dan kun je bespreken om je eierstokken en eileiders te laten verwijderen. Het is dan misschien lastiger om te kiezen of je wel of geen preventieve operatie wilt ondergaan. De artsen op de polikliniek voor erfelijke tumoren kunnen je helpen om op grond van tabellen en risicoschattingen een keuze te maken.

Controle

Er is helaas geen manier om er achter te komen of je eierstokkanker gaat krijgen, ook niet bij een erfelijke of familiaire aanleg. Omdat eierstokkanker geen duidelijk voorstadium heeft, is vroege opsporing door screening niet mogelijk. Dit geldt ook voor vrouwen bij wie een BRCA1 of BRCA2 mutatie is vastgesteld. Screening wordt daarom ook niet meer aanbevolen. Lange tijd is aan vrouwen met een (mogelijke) BRCA genmutatie controle van de eierstokken aangeboden, in de hoop daarmee een mogelijke kwaadaardige aandoening vroegtijdig te ontdekken. Dit gebeurde meestal door middel van jaarlijkse vaginale echo, en een bepaling van het CA125 gehalte in het bloed. Het CA125 is een tumormerkstof die verhoogd kan zijn bij eierstokkanker. De waarde van deze controles blijkt echter beperkt, omdat in meer dan 50% van de gevallen van een vroeg stadium van eierstokkanker het CA125 (nog) niet verhoogd is en de echoscopie niet gevoelig genoeg is. Het lukt daarom in veel gevallen niet om tijdig een kwaadaardigheid op het spoor te komen. Om die reden zijn veel artsen gestopt met deze controles. Het blijft belangrijk om zelf alert te zijn op eventuele symptomen van eierstokkanker, zoals een dikker wordende buik, een vol, opgeblazen gevoel en eventueel acute pijn.

Preventieve operatie

De enige methode om het risico op eierstokkanker te verlagen, is om de gezonde eierstokken en de eileiders te laten verwijderen op een leeftijd voordat het kankerrisico begint te stijgen.  Dit preventief verwijderen van de eierstokken en de eileiders verlaagt het risico naar bijna nul, maar niet helemaal. Het buikvlies dat aan de binnenkant van de buik zit, is van oorsprong van hetzelfde type weefsel als de eierstokken. Daarom blijft er na een preventieve operatie een zeer klein risico op eierstokkanker bestaan. Om het risico zo klein mogelijk te houden is het belangrijk dat zowel eierstokken als eileiders worden verwijderd. De baarmoeder hoeft niet te worden verwijderd.

De preventieve operatie wordt bij voorkeur uitgevoerd vóór de leeftijd waarop het risico sterk gaat toenemen. Over het algemeen wordt voor BRCA1 genmutatiedragers een leeftijd van 35-40 jaar voor de preventieve eierstokoperatie aangehouden, en voor BRCA2 genmutatiedragers een leeftijd van 40-45 jaar. Voor het overleg over het juiste moment voor een operatie wordt ook naar je persoonlijke achtergrond en je familiegeschiedenis gekeken. 

Omdat je na deze operatie definitief onvruchtbaar bent geworden is het belangrijk dat je geen kinderwens (meer) hebt. Een vrouwenarts (gynaecoloog) bespreekt van te voren de operatie met je door en bespreekt de mogelijke complicaties. Poliklinisch vindt door een arts die je de narcose geeft (anesthesioloog) het vooronderzoek plaats: algemeen lichamelijk onderzoek, soms aangevuld met bloedonderzoek, een longfoto en/of een hartfilmpje (ECG).

De ingreep wordt meestal via een kijkoperatie (laparoscopie) verricht, tenzij dit bij jou niet mogelijk is. De arts zal dit met je bespreken. Het woord laparoscopie is afgeleid van het Grieks en betekent: in de buik (laparos) kijken (scopein). De operatie gebeurt onder algehele verdoving (narcose).

De arts maakt meestal een sneetje van ongeveer 1 cm in de onderrand van de navel en brengt door dat sneetje een kijkbuis (laparoscoop) met camera in de buikholte. Via die buis wordt de buik gevuld met koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik om de verschillende organen te zien. Daarna brengt de arts via twee of drie sneetjes in de onderbuik nog twee of drie buisjes in de buik waardoor men operatie-instrumenten in de buik brengt. Via de schede (vagina)  wordt soms een instrument in de baarmoederholte gebracht om de baarmoeder tijdens de operatie te kunnen bewegen. Eierstokken en eileiders worden met de instrumenten losgemaakt en door middel van een speciaal zakje uit de buik gehaald. Dit gebeurt via hetzelfde sneetje als waar de instrumenten door naar binnen zijn gegaan. 

Bij een laparoscopische operatie is de ziekenhuis opname meestal kort; de meeste mensen kunnen dezelfde of de volgende dag weer naar huis. De kans op een complicatie tijdens de operatie is erg klein.

Wanneer de operatie goed verlopen is duurt het herstel thuis meestal 1-2 weken. De operatie wordt in vrijwel alle ziekenhuizen in Nederland uitgevoerd.

Gevolgen van de operatie

Bij de meeste vrouwen start de overgang (climacterium) rond het 50e levensjaar, en de hormonale veranderingen beginnen geleidelijk. Als je je eierstokken preventief laat verwijderen voor je in de natuurlijke overgang bent,  treedt de overgang acuut op. De klachten beginnen dan binnen een week na de operatie. De hormoonproductie van de eierstokken valt immers abrupt weg. Dit merk je als eerste aan bloedverlies (je laatste menstruatie) en opvliegers.

Niet iedere vrouw ervaart evenveel klachten van de overgang, maar na een eierstokverwijdering meestal wel. Op de iets langere termijn kunt je klachten krijgen zoals stijve spieren en gewrichten, minder zin in vrijen en een drogere schede.

Korte termijn overgangsklachten

Met korte termijn overgangsklachten worden klachten bedoeld die direct of vrij snel na het begin van de overgang, in dit geval dus na de operatie, kunnen optreden. De menstruatie zal na de operatie nog eenmaal optreden (onttrekkingsbloeding na het wegvallen van de eierstokhormonen), om daarna helemaal weg te blijven. Opvliegers, plotselinge warmteaanvallen, zijn een bekende en algemeen optredende klacht van de overgang. Deze opvliegers kunnen gepaard gaan met hevig transpireren, vooral in de nacht. Een ander gevolg van het wegvallen van de oestrogenen is een drogere huid en slijmvliezen. Minder traanvocht kan optreden. Ook de bekleding van de vagina wordt dunner en droger, waardoor geslachtsgemeenschap soms pijnlijk kan zijn. Wanneer natuurlijk vochtig worden (of speeksel) onvoldoende is, wordt geadviseerd om een glijmiddel te gebruiken.

Lange termijn overgangsklachten

Met lange termijn overgangsklachten worden klachten bedoeld die na een langere tijd, bijvoorbeeld enkele jaren, kunnen optreden als gevolg van de (vroegtijdige) overgang.

Botontkalking (osteoporose) betekent dat de botten minder stevig worden en het risico op botbreuken toeneemt. Botontkalking komt vaker voor bij vrouwen die te vroeg in de overgang komen, bijvoorbeeld door preventieve verwijdering van de eierstokken lang voor het 50e levensjaar. Andere risicofactoren voor botontkalking zijn een tengere lichaamsbouw, weinig beweging, roken of alcoholgebruik. Ook vrouwen die lang last hebben gehad van anorexia nervosa en vrouwen bij wie botontkalking in de familie voorkomt, lopen een grotere kans op botontkalking. Wanneer je een verhoogd risico op botontkalking hebt, kun je met je arts bespreken welke maatregelen mogelijk zijn om de kans te verkleinen. Sommige ziekenhuizen hebben hier een speciaal spreekuur voor.

Mogelijk heb je door een vroegtijdige overgang ook een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Oestrogenen hebben namelijk een beschermende werking tegen hart- en vaatziekten. In de vruchtbare leeftijd hebben vrouwen minder kans op hart- en vaatziekten dan mannen, maar na de overgang is dit risico gelijk. Het is nog niet duidelijk welke rol oestrogenen hierbij spelen. De kans op hart- en vaatziekten lijkt echter meer samen te hangen met leefstijlfactoren en risicofactoren zoals hoge bloeddruk, roken, te hoog cholesterolgehalte, overgewicht en weinig lichaamsbeweging. Hormoongebruik na de overgang vermindert de kans op hart- en vaatziekten niet.

Hormoonbehandeling

Nadat je eileiders en eierstokken zijn verwijderd, valt de productie van de hormonen oestrogeen en progesteron abrupt weg. Het wegvallen van oestrogenen zorgt voor de ‘overgangsklachten’. Het is mogelijk om de oestrogenen en progesteron met medicijnen aan te vullen. Wanneer je oestrogenen gebruikt en nog een baarmoeder hebt, is het belangrijk ook progesteron te gebruiken. Progesteron beschermt dan het baarmoederslijmvlies tegen baarmoederkanker.

Het is niet voor iedereen verantwoord om een hormoonbehandeling te krijgen nadat de eierstokken en eileiders zijn verwijderd. Hier zijn verschillende overwegingen voor. In het algemeen geadviseerd om wel hormonen te gaan gebruiken als je (nog) geen borstkanker hebt gehad, en jonger bent dan 45 jaar.

Belangrijkste voordeel  van de hormoonbehandeling is dat je de overgangsklachten uitstelt (opvliegers, gewrichtsklachten en seksuele gevolgen). Hierdoor heb je een betere kwaliteit van leven. Je kunt ook een hormoonbehandeling overwegen wanneer je een hoog risico hebt op de lange termijn gevolgen van een vroegtijdige overgang, zoals bijvoorbeeld botontkalking.

Ook leeftijd speelt een rol: relatief jonge vrouwen die door de operatie in de overgang komen wordt aangeraden om voor hormoonbehandeling te kiezen. Dat geldt minder voor vrouwen die een leeftijd hebben die al dicht bij de overgangsleeftijd ligt. Het belangrijkste nadeel van hormoonbehandeling is dat het eventueel het risico op borstkanker verhoogd. Voorheen werd gedacht dat bij vrouwen met een BRCA mutatie het verwijderen van de eierstokken het risico op borstkanker halveert. Uit recent onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. Hier kun je meer lezen over dit onderzoek.

De meeste artsen en deskundigen raden gebruik van oestrogenen af aan vrouwen die in het verleden borstkanker hebben gehad. Ook wanneer ze na de borstkanker hun beide borsten hebben laten verwijderen. Er zijn wetenschappelijke bewijzen dat de kans op terugkeer van de borstkanker iets verhoogd wordt door het gebruik van hormoontabletten na de borstkanker.

Voor vrouwen die hun borsten preventief hebben laten verwijderen en geen borstkanker hebben gehad wordt in het algemeen het gebruik van oestrogenen wel veilig geacht. Omdat iedere situatie verschillend is, is het belangrijk dat je de voor- en nadelen van eventuele hormoonbehandeling in je eigen situatie na de operatie met je arts bespreekt. In individuele gevallen wordt soms een keuze gemaakt die afwijkt van de algemene richtlijnen.

Het maken van een keuze

Wanneer je nadenkt over een eventuele preventieve operatie, zijn verschillende afwegingen mogelijk. Vragen die bij je kunnen opkomen zijn:

  • Op welke leeftijd is een operatie voor mij aan te raden?
  • Als ik (nog) niet voor een operatie kies, zijn regelmatige controles dan voor mij zinvol?
  • Wat zijn in mijn situatie de voor- en nadelen van hormoonbehandeling na de operatie?
  • Als ik na de operatie niet kies voor hormoonbehandeling, wat kan ik dan doen om de korte en lange termijn gevolgen van de (vroegtijdige) overgang te beperken?
  • Waar ga ik mij laten opereren?

Het is aan te raden om deze vragen met je behandelaar of een deskundig arts te bespreken die goed op de hoogte is van alle overwegingen. Ook raden we aan om het bepreken met met vertrouwde personen in je omgeving, en informatie te zoeken die je kan helpen bij een beslissing.

Verder lezen

NVOG

De website van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) www.nvog.nl. Op deze website vind je onder de rubriek Patiëntenvoorlichting diverse brochures, bijvoorbeeld over Eierstokkanker, Operatie en Overgang.

Ziekenhuizen

Veel ziekenhuizen hebben op hun website informatiefolders over een (gynaecologische) operatie beschikbaar. Deze folders geven je een indruk hoe de ingreep in het ziekenhuis kan verlopen.

Stichting Olijf

Als je meer wilt weten over eierstokkanker, en misschien behoefte heeft aan contact met vrouwen die eierstokkanker hebben (doorgemaakt) kun je terecht bij Olijf. Olijf is een netwerk voor vrouwen met gynaecologische kanker. Hun website biedt veel informatie en advies. www.olijf.nl.