BRCA

CHEK2

Elke vrouw in Nederland heeft een risico van ongeveer 13% om in haar leven borstkanker te krijgen. Uit Nederlands onderzoek in families met veel borstkanker is gebleken dat de genafwijking (mutatie) CHEK2 c.1100delC een rol speelt bij het ontstaan van borstkanker. Deze genmutatie, die veel in Nederland voorkomt, geeft een verhoogd risico op borstkanker. Het lijkt een stukje te zijn in een complexe puzzel en is zeker niet te vergelijken met het BRCA1- of BRCA2-gen. 

Deze informatie is alleen geschreven voor vrouwen.

Er is nog veel niet bekend. Met betrekking tot de risico’s die samenhangen met CHEK2 is er alleen nog onderzoek gedaan, waarin naar het verleden werd gekeken (retrospectief onderzoek). Om een betere risico-inschatting te maken, moeten we wachten op de studies die bekijken wat er in de toekomst gebeurt (prospectief onderzoek)1. De informatie en adviezen die in deze tekst staan, zijn gebaseerd op wat we nu weten en denken. Het kan goed zijn dat deze in de toekomst aangepast wordt.

Wat is CHEK2?

Elke lichaamscel heeft 23 paar chromosomen. Elk chromosomenpaar bestaat uit twee chromosomen. In totaal heeft iedere lichaamscel dus 46 chromosomen. De chromosomen zijn dragers van ons erfelijkheidsmateriaal. Chromosomen bevatten genen en in die genen zit alle informatie die nodig is voor het ontwikkelen, in stand houden en voortplanten van een mens. Het CHEK2 gen ligt op chromosoom 22 en heet officieel Checkpoint Kinase 2. Het is betrokken bij de celcyclus en bij reparatie van dubbelstrengs DNA-breuken en speelt op die manier een rol in het onderdrukken van kanker.

 

 

CHEK2 c.1100delC

In West-Europa komt één specifieke mutatie in het CHEK2gen vaak voor, CHEK2 c.1100delC genaamd. Eén op de 100 Nederlanders heeft deze CHEK2-genmutatie van vader of moeder gekregen.

Heterozygoot of homozygoot

Heterozygoot betekent dat je een genmutatie in enkelvoud hebt, op één gen dus. Meestal omdat je het alleen van je vader óf moeder hebt geërfd. Onderzoekers vonden de CHEK2 mutatie in enkelvoud bij 1 op de 20 borstkankerpatiënten afkomstig uit families waarin veel borstkanker voorkomt. Het bleek echter dat de CHEK2 aanleg ook bij 1 op de 100 gezonde controlepersonen voorkwam. CHEK2 verklaart dus maar een klein deel van de familiaire borstkanker en CHEK2 geeft een minder hoog risico op borstkanker dan bijvoorbeeld BRCA1 en BRCA2. Het hebben van een CHEK2 mutatie is dus niet de hele verklaring waarom iemand borstkanker krijgt.

Homozygoot betekent dat je een genmutatie in tweevoud hebt en dus van beide ouders hebt geërfd. Uit onderzoek is gebleken dat dit bij CHEK2 heel zeldzaam is. Wel zijn er aanwijzingen dat vrouwen, die borstkanker kregen en homozygoot CHEK2-genmutatiedrager zijn, een sterk verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van dubbelzijdig borstkanker2.

DNA-diagnostiek naar CHEK2-genmutatie

Sinds september 2014 is in Nederland de DNA-diagnostiek naar erfelijke aanleg voor borstkanker uitgebreid: naast BRCA1 en BRCA2 wordt ook het CHEK2-gen onderzocht1. Dragerschap van een mutatie in het CHEK2-gen in enkelvoud, kan in een familie waar borstkanker voorkomt een verhoogd risico geven op borstkanker. Dit risico is waarschijnlijk ook afhankelijk van andere factoren (zowel erfelijke- als omgevingsfactoren).

Als er vanwege borstkanker erfelijkheidsonderzoek wordt gedaan, is de DNA uitslag (BRCA1- of BRCA2-mutatie) bepalend voor de schatting van het risico op kanker voor vrouwelijke familieleden. Als er geen BRCA1- of BRCA2 mutatie aantoonbaar is in de familie, wordt de risico-inschatting gedaan op basis van het aantal vrouwen dat borstkanker kreeg, of er ook eierstokkanker voorkomt en op welke leeftijd dat allemaal werd vastgesteld.

Als een CHEK2-mutatie in de familie wordt aangetoond, wordt deze meegenomen in deze risico-inschatting. Om logistieke redenen zal de CHEK2 c.1100delC-mutatie niet met terugwerkende kracht kunnen worden getest bij alle vrouwen die in het verleden DNA-diagnostiek hebben laten doen. In deze families is destijds al wel een controleadvies gegeven op basis van de familiaire belasting. In geval van nieuwe ontwikkelingen in de familie, bijvoorbeeld als er nieuwe gevallen van kanker zijn ontstaan, is het wenselijk om te overleggen met een afdeling Klinische Genetica, omdat aanvullend DNA onderzoek eventueel mogelijk is1.

Wat betekent dit voor jou?

Je hebt borstkanker (gehad) en blijkt één CHEK2-genmutatie te hebben, die je of van je vader of van je moeder hebt geërfd (heterozygoot).

De gemiddelde leeftijd waarop de borstkanker optreedt bij een vrouw met een CHEK2-genmutatie is omstreeks 50-jarige leeftijd. De meeste borstkankerpatiënten met een CHEK2 c.1100delC mutatie hebben een oestrogeen receptor positieve tumor3, 4. Voor deze tumoren wordt over het algemeen hormoonbehandeling voorgeschreven. Als je borstkanker hebt gehad gaat de meeste dreiging uit van het risico op eventuele uitzaaiingen van de borstkanker die je had, en niet zozeer het krijgen van een nieuwe tumor. Wanneer een vrouw eenmaal borstkanker heeft gekregen is de kans het grootst dat ze in haar leven géén nieuwe borsttumor krijgt. Afhankelijk van haar leeftijd en de behandeling die ze heeft gehad, is er ook een mogelijkheid dat ze in de loop van haar leven toch nog eens een borsttumor krijgt. De schatting van dat risico is grotendeels gebaseerd op oude cijfers, waarin ook vrouwen zijn meegenomen die vanwege erfelijke aanleg een hoog risico hadden op een nieuwe borsttumor. Vergeleken met vrouwen met borstkanker zonder de CHEK2-genmutatie, hebben vrouwen met borstkanker en wél een CHEK2-genmutatie waarschijnlijk een hoger risico op het krijgen van een nieuwe borstkanker (eventueel in de andere borst)4, 5, 6. Daarbij is echter de invloed van antihormonale therapie en chemotherapie niet meegenomen1. Kortom, er is nog veel onderzoek nodig om echt goede risico-inschattingen te kunnen maken. Daarbij is het ook nodig om duidelijk te krijgen welke factoren, naast de CHEK2-genmutatie, nog meer meespelen bij het verhoogde risico op borstkanker.

Als je borstkanker hebt gehad en je hebt een heterozygote CHEK2-genafwijking, dan is dit het advies:

  • eerste vijf jaar na diagnose: jaarlijks klinisch onderzoek en mammografie
  • vanaf het vijfde jaar na diagnose:
  • tot de leeftijd van 60 jaar: jaarlijks een mammografie en lichamelijk borstonderzoek door een specialist
  • van 60 tot 75 jaar: deelname aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker (eens per twee jaar) en jaarlijks klinische controle door de huisarts
  • vanaf 75 jaar: overwegen controles te staken

Er is geen advies om preventief je (resterende) borstklierweefsel of je andere borst te laten verwijderen.

Je hebt borstkanker (gehad) en blijkt een dubbele CHEK2-genmutatie te hebben, die je van je vader én van je moeder hebt geërfd (homozygoot).

Er zijn aanwijzingen dat vrouwen die borstkanker kregen en homozygoot CHEK2-genmutatiedrager zijn, een sterk verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van (dubbelzijdige) borstkanker. Het zou mogelijk kunnen gaan om een risico op borstkanker dat vergelijkbaar is met BRCA1 en BRCA2. Als je borstkanker hebt gehad, betekent dit dat je maximaal 60% kans hebt om gedurende je leven nogmaals borstkanker te ontwikkelen. Deze aanwijzingen komen echter uit heel kleine studies waarbij naar het verleden werd gekeken2.
Daarom kan het verstandig zijn om in de eerste jaren na de diagnose borstkanker alleen controles te doen en geen preventieve (dubbele) borstamputatie. Je zou, eventueel op termijn, een (dubbele) borstamputatie kunnen overwegen. Je kunt het beste met je arts overleggen wat verstandig is en wat jouw wens is.

Als je borstkanker hebt gehad en je hebt een homozygote CHEK2-genafwijking, dan is dit het advies:

  • eerste vijf jaar na diagnose: jaarlijks lichamelijk onderzoek, mammografie en MRI
  • vanaf het vijfde jaar na diagnose:
    • tot de leeftijd van 60 jaar: jaarlijks lichamelijk onderzoek, mammografie en MRI * van 60 tot 75 jaar: jaarlijks lichamelijk controle door een specialist en - afhankelijk van de beoordeelbaarheid mammografie- jaarlijks of twee- jaarlijks een borstfoto
    • vanaf 75 jaar: overwegen controles te staken

Of je preventief je (resterende) borstklierweefsel of je andere borst wilt laten verwijderen en op welk moment, kun je het beste overleggen met je arts.

Je hebt geen borstkanker (gehad) en komt uit een familie met borstkanker waarin de CHEK2 c.1100delC mutatie wél gevonden is

Je hebt een dubbele CHEK2 c.1100delC (homozygoot)
Voor vrouwen zonder borstkanker die een moeder, vader of zus met borstkanker én een CHEK2 mutatie hebben en zelf ook draagster zijn van een dubbele CHEK2 mutatie wordt momenteel het risico om in de loop van het leven borstkanker te krijgen geschat op 60-80%2,16. Het exacte risico hangt ook weer af van de leeftijd: hoe ouder je bent, hoe kleiner de kans dat je alsnog borstkanker krijgt.

Als je een dubbele CHEK2-genafwijking hebt, geen borstkanker hebt gehad, maar je hebt een zus, broer, vader of moeder, die borstkanker heeft/had en een CHEK2 aanleg, dan is dit het advies:

  • Vanaf 25 jaar: jaarlijks lichamelijk borstonderzoek door specialist en MRI
  • Vanaf 30 jaar: jaarlijks lichamelijk borstonderzoek, MRI en mammografie uit te voeren door een polikliniek erfelijke/familiaire tumoren met een multidisciplinair team
  • Vanaf 60-75 jaar deelname aan het bevolkingsonderzoek
  • Maandelijks borstzelfonderzoek wordt in overweging gegeven

Of je preventief je borstklierweefsel wilt laten verwijderen, kun je het beste overleggen met je arts.

Je hebt een enkele CHEK2 c.1100delC (heterozygoot)

Het borstkankerrisico voor CHEK2 draagsters is gebaseerd is op de combinatie van mutatiedragerschap én de familiaire belasting (hoeveel borstkanker komt er voor in de familie en is dat bij je moeder of zus, of verder weg in de familie). Daarom komen in deze CHEK2 c.1100delC-families alleen eerstegraads vrouwelijke familieleden (moeders, zussen en dochters) van borstkankerpatiënten met de CHEK2-genmutatie in aanmerking voor DNA-onderzoek. Voorlopig geldt dit advies alleen voor diegenen voor wie de testuitslag gevolgen zal hebben voor het controleadvies: als je drager bent kunnen strengere controles worden geadviseerd.

Bij vrouwen zonder borstkanker die een moeder, vader of zus met borstkanker én een CHEK2 mutatie hebben en zelf ook draagster zijn van deze CHEK2 mutatie wordt momenteel het risico om in de loop van het leven borstkanker te krijgen, geschat op 35 a 55%5, 7-15. Het exacte risico hangt ook weer af van de leeftijd: hoe ouder je bent, hoe kleiner de kans dat je alsnog borstkanker krijgt.

Als je een enkele CHEK2-genafwijking hebt, geen borstkanker hebt gehad, maar je hebt een zus, broer, vader of moeder, die borstkanker heeft/had en een CHEK2 aanleg, dan is dit het advies:

  • van 35 tot 60 jaar, jaarlijks een mammografie en lichamelijk borstonderzoek door een specialist
  • van 60 tot 75 jaar deelname aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker
  • er is geen advies om preventief je borstklierweefsel te laten verwijderen

Je hebt CHEK2 c.1100delC zelf niet:
Als je géén borstkanker hebt (gehad), je komt uit een familie waarin borstkanker voorkomt en je hebt géén CHEK2-genmutatie, dan wordt de risico-inschatting gemaakt op basis van het familieverhaal. Op basis hiervan kom je bij een matig verhoogd risico op basis van je familiaire belasting toch vaak in aanmerking voor periodieke controles. Dit betekent dat geadviseerd wordt om tussen de 40 en 50 jaar jaarlijks een mammografie te laten verrichten. Vanaf 50 jaar kun je dan meedoen met het bevolkingsonderzoek. Het kan voorkomen dat er op basis van de familiaire belasting geen reden is om extra controles te adviseren. Uiteraard geldt ook dan dat je vanaf 50 jaar kan deelnemen aan het bevolkingsonderzoek. Dit zal echter eerder uitzondering dan regel zijn. Wanneer er geen reden is vanwege de familiaire belasting om extra controles te adviseren, dan gebeurt dat ook niet. Er zullen dus mogelijk wel vrouwen zijn die niet in aanmerking komen voor extra controles, wanneer ze geen draagster zijn van de CHEK2 mutatie die in de familie voorkomt.

Als je géén CHEK2-genafwijking hebt, maar je hebt een zus, broer, vader of moeder, die borstkanker heeft/had en een CHEK2 aanleg, dan is dit het advies:

  • vanaf 40 tot 50 jaar jaarlijks een mammografie, aan te vragen door de huisarts
  • vanaf 50 tot 75 jaar deelname aan bevolkingsonderzoek naar borstkanker
  • er is geen advies om preventief je borstklierweefsel te laten verwijderen.

Je hebt geen borstkanker (gehad) en komt uit een familie zonder borstkanker waarin CHEK2 c.1100delC gevonden is

De schatting is nu dat bij vrouwen zonder borstkanker, bij wie ook geen borstkanker in de familie voorkomt, een CHEK2-genmutatie het risico op borstkanker slechts licht verhoogt. Daarom worden in die situatie geen extra controles geadviseerd. Normaal gesproken worden deze vrouwen niet getest. Het risico wordt op dit moment geschat op 22% gedurende je leven1,2,17. Vanaf 50 jaar kunnen zij deelnemen aan het bevolkingsonderzoek.

Als je een CHEK2-genafwijking hebt, geen borstkanker hebt gehad én je komt uit een familie zonder borstkanker, dan is er géén specifiek advies. Dat wil zeggen:

  • vanaf 50 tot 75 jaar kun je deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker
  • er is geen advies om preventief je borstklierweefsel te laten verwijderen

Lotgenotencontact

Op de website www.oncogen.nl kun je de meest recente informatie vinden. Je kunt lid worden van onze besloten Facebookgroep BRCA en CHEK2.

Literatuur

1 Adank M, Hes F, van Zelst-Stams W, Petrousjka van den Tol M, Seynaeve C, Oosterwijk J. Stand van zaken- CHEK2-mutatie in Nederlandse borstkankerfamilies- Uitbreiding van de genetische diagnostiek op borstkanker. Ned Tijdschrift Geneeskunde. 2015;159: A8910.
2 Adank MA, Jonker MA, Kluijt I, et al. CHEK2*1100delC homozygosity is associated with a high breast cancer risk in women. J Med Genet. 2011;48:860-3
3 De Bock GH, Schutte M, Krol-Warmerdam EM, et al. Tumour characteristics and prognosis of breast cancer patients carrying the germline CHEK2*1100delC variant. J Med Genet. 2004;41:731-5.
4 Kriege M, Hollestelle A, Jager A, et al. Survival and contralateral breast cancer in CHEK2 1100delC breast cancer patients: impact of adjuvant chemotherapy. Br J Cancer. 2014;111:1004-13.
5 Adank MA, Verhoef S, Oldenburg RA, et al. Excess breast cancer risk in first degree relatives of CHEK2 1100delC positive familial breast cancer
cases. Eur J Cancer. 2013;49:1993-9.
6 Rhiem K, Engel C, Graeser M, et al. The risk of contralateral breast cancer in patients from BRCA1/2 negative high risk families as compared to patients from BRCA1 or BRCA2 positive families: a retrospective cohort study. Breast Cancer Res. 2012;14:R156.
7 Meijers-Heijboer H, van den Ouweland A, Klijn J, et al; CHEK2-Breast Cancer Consortium. Low-penetrance susceptibility to breast cancer due to CHEK2(*)1100delC in noncarriers of BRCA1 or BRCA2 mutations. Nat Genet. 2002;31:55-9.
8 CHEK2 Breast Cancer Case-Control Consortium. CHEK2*1100delC and susceptibility to breast cancer: a collaborative analysis involving 10,860
breast cancer cases and 9,065 controls from 10 studies. Am J Hum Genet. 2004;74:1175-82.
9 Weischer M, Bojesen SE, Ellervik C, Tybjaerg-Hansen A, Nordestgaard BG. CHEK2*1100delC genotyping for clinical assessment of breast cancer risk: meta-analyses of 26,000 patient cases and 27,000 controls. J Clin Oncol. 2008;26:542-8.
10 Fletcher O, Johnson N, Dos Santos Silva I, et al. Family history, genetic testing, and clinical risk prediction: pooled analysis of CHEK2 1100delC in 1,828 bilateral breast cancers and 7,030 controls. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2009;18:230-4.
11 Cybulski C, Wokołorczyk D, Jakubowska A, et al. Risk of breast cancer in women with a CHEK2 mutation with and without a family history of breast cancer. J Clin Oncol. 2011;29:3747-52.
12 Johnson N, Fletcher O, Naceur-Lombardelli C, dos Santos Silva I, Ashworth A, Peto J. Interaction between CHEK2*1100delC and other low-penetrance breast-cancer susceptibility genes: a familial study. Lancet. 2005;366:1554-7.
13 Oldenburg RA, Kroeze-Jansema K, Kraan J, et al. The CHEK2*1100delC variant acts as a breast cancer risk modifier in non-BRCA1/BRCA2 multiple-case families. Cancer Res. 2003;63:8153-7.
14 Zhang S, Phelan CM, Zhang P, et al. Frequency of the CHEK2 1100delC mutation among women with breast cancer: an international study. Cancer Res. 2008;68:2154-7.
15 Weischer M, Bojesen SE, Tybjaerg-Hansen A, Axelsson CK, Nordestgaard BG. Increased risk of breast cancer associated with CHEK2*1100delC. J Clin Oncol. 2007;25:57-63.
16 Huijts PEA, Hollestelle A, Balliu B, et al. CHEK2*1100delC homozygosity in the Netherlands – prevalence and risk of breast and lung cancer. Eur J Hum Genet. 2014;22:46-51.
17 Schmidt MK, Hogervorst F, van Hien R et al. Age- and Tumor Subtype–Specific Breast Cancer Risk Estimates for CHEK2*1100delC Carriers. J Clin Oncol. 2016;34.

 

 
De afbeeldingen op deze pagina zijn gemaakt door AMGdesign

 

BijlageGrootte
PDF icon CHEK2 toelichting_Oncogen_040716.pdf328.76 KB